Wat jouw oma meedroeg, leeft voort in jou
Soms erven we meer dan alleen kleur van ogen, de huid of de vorm van je jukbeenderen.
Soms dragen we verhalen in ons lijf die niet van onszelf lijken te zijn.
Angsten die uit het niets opkomen. Spanning die niet logisch voelt. Verdriet dat geen oorzaak lijkt te hebben.
Wat als jouw lichaam iets onthoudt dat jij nooit bewust hebt meegemaakt?
Dat is een vraag die mij al jaren bezighoudt. Niet alleen als lichaamsgericht begeleider, maar ook als vrouw, als moeder als dochter, als kleindochter. Omdat ik voel dat wat ik draag, niet altijd bij mij begonnen is.
Mijn oma werd geboren op Java, als dochter van een Nederlandse militair en een inheemse Indonesische vrouw. Haar moeder, mijn overgrootmoeder, was waarschijnlijk een njai: een vrouw die samenleefde met een Europese man zonder huwelijk of erkenning. En ik zeg waarschijnlijk, omdat dat iets is waar ook niet over gepraat werd of wordt. Het blijft onduidelijk en gissen. Ze was partner, huishoudster, moeder van zijn kinderen, maar zonder formele status, zonder bescherming, zonder bestaansrecht in het koloniale systeem. Laat staan dat er ruimte was voor haar emoties, behoeftes en verlangens als mens.
Mijn oma zei dat haar moeder vooral veel in de keuken moest werken.
Toen mijn opa en oma trouwden, mocht mijn overgrootmoeder niet op de trouwfoto staan. Niet omdat ze geen moeder was, maar omdat haar bestaan officieel niet erkend werd. Ze had haar dochter gebaard, maar stond letterlijk buiten het familiebeeld. Wat dat met een vrouw doet, werd nooit uitgesproken. Ze is uiteindelijk ook begraven zonder achternaam.
De kinderen uit zulke verhoudingen groeiden op in een wereld vol contrast. Mijn oma was deels Nederlands, deels Javaans, maar werd nergens volledig erkend. Haar moeder was een ongeziene vrouw. Mijn opa kwam eveneens uit een gemengde relatie, maar dan wel binnen een huwelijk. Hoewel zijn moeder wel officieel erkend werd, bleef ook bij hem de ongelijkheid voelbaar. Want zelfs binnen een wettelijk huwelijk bleef de machtsverhouding tussen Europese mannen en Indonesische vrouwen bepalend.
Ze groeiden op in een wereld van koloniale ongelijkheid, spanning en onderdrukking. En tijdens de oorlog belandden ze beiden in een Jappenkamp.
Daar, in omstandigheden waarin veiligheid, voeding, geborgenheid en autonomie ontbraken, werd het zenuwstelsel van mijn oma verder gevormd. Haar stresssysteem werd als het ware gefinetuned op overleven. En die imprint, dat diepe fysieke weten van ‘het is nooit helemaal veilig’, neemt ze mee in haar lijf.
Wat mijn opa in het kamp heeft meegemaakt is te overweldigend en ingrijpend geweest om ooit met ons te kunnen delen. We weten enkel dat het onmenselijk was, gruwelijk was en dat het zijn leven getekend heeft.
Mijn opa en oma trouwden met elkaar. Twee mensen, elk gevormd door koloniale ongelijkheid, door een gedeeld verleden van sociale scheidslijnen. Maar het huwelijk bracht daarin geen bevrijding. De normen die zij hadden meegekregen – over vrouwelijkheid, gehoorzaamheid, dienstbaarheid, zwijgen – werkten door in hun dagelijks leven. In hoe er werd gekeken naar de rol van de vrouw, naar seksualiteit, naar opvoeding, naar educatie. In de omgang met gevoel. In wat wel en niet kon worden benoemd binnen het gezin.
Mijn moeder werd geboren in dat huwelijk.
En ik werd, als derde dochter uit mijn moeder geboren. Mijn moeder was zwanger van mij in een tijd die gekenmerkt werd door zorgen en verdriet. Door een hartoperatie met cruciale fouten heeft mijn zus (de middelste dochter) hersenbeschadiging opgelopen. Uiteindelijk kon ze niet meer thuis verzorgd worden en werd ze opgenomen in een zorgtehuis voor kinderen. Mijn moeder droeg ontzettend veel angst, zorgen en verdriet. En een nieuw leven.
Ik ontwikkelde me in haar buik, afgestemd op haar zenuwstelsel, haar emoties, haar ademhaling, haar hartslag, haar energetische lichaam. Ik leerde, voordat ik de wereld ooit had gezien, dat verbinding gepaard kan gaan met verlies. Dat liefde kwetsbaar is. Dat de wereld onvoorspelbaar voelt. Mijn lichaam leerde dat niet via taal, maar via gevoel en sensaties.
En precies daar begint mijn fascinatie: bij die overdracht die geen woorden nodig heeft, maar wel in elke cel voelbaar is.
De overdracht via het lichaam: hoe ervaringen generaties overstijgen
Wat veel mensen niet weten, is dat wanneer een vrouw zwanger is van een dochter, die dochter in de eerste weken van de zwangerschap al haar eicellen aanlegt. Dat betekent dat op het moment dat mijn oma zwanger was van mijn moeder, ik – in aanleg – al aanwezig was in haar lichaam.
Mijn eicel zat in het lichaam van mijn moeder, die op haar beurt nog in de buik van mijn oma groeide.
Met andere woorden: drie generaties bevinden zich, kortstondig maar wezenlijk, in hetzelfde lichaam.
Wat mijn oma ervaarde – de spanning, de angst, de onderdrukking – heeft via dit fysieke lijntje doorgewerkt in mijn moeder, en via haar ook in mij. En wat mijn moeder heeft meegemaakt heeft óók via dit fysieke lijntje doorgewerkt in mij en via mij, weer naar mijn zonen.
Wat de wetenschap hierover zegt
De epigenetica biedt hier een belangrijk kader voor. Deze tak van de biologie onderzoekt hoe omgevingsfactoren – zoals langdurige stress, angst, armoede of oorlog – invloed hebben op de manier waarop onze genen tot uiting komen.
De genen zelf veranderen niet, maar ze worden als het ware anders “uitgelezen”. Wanneer een moeder tijdens haar zwangerschap in een staat van overleven leeft, heeft dat invloed op hoe het stresssysteem van het kind zich ontwikkelt. Een zenuwstelsel dat wordt afgestemd op onvoorspelbaarheid en onveiligheid, leert alert te blijven, zichzelf te beschermen en spanning vast te houden.
Dat kan generaties lang doorwerken, zelfs als de omstandigheden later veiliger worden.
En dat is iets wat ik in mezelf lang ervaren heb. Maar ook precies wat ik zie in mijn praktijk: een lijf dat iets onthoudt wat het hoofd niet begrijpt.
Wat dit betekent voor lichaamswerk
In lichaamsgerichte sessies ontmoet ik regelmatig mensen die zeggen: “Er zit zoveel spanning in mijn lijf, maar ik weet niet waar het vandaan komt.” Of: “Ik voel me vaak onveilig, zelfs als er niets aan de hand is.” Wat ik dan zie, is een lichaam dat leeft vanuit een oud patroon. Niet per se gebaseerd op hun eigen levensverhaal, maar gevoed door de ervaringen van eerdere generaties.
Lichaamswerk is dan geen zoektocht naar het juiste verhaal of verklaring, maar een uitnodiging om het lijf te laten spreken.
Niet door te analyseren of het proberen te begrijpen, maar door te voelen. Door ruimte te maken.
Door adem, aanraking, beweging en vertraging kan het lichaam een andere ervaring opdoen die in groot contrast staat met wat er ooit werd opgeslagen. Een tegengestelde beweging.
- Daar waar vroeger onveiligheid overheerste, mag nu veiligheid worden ervaren.
- Daar waar er destijds geen ruimte was voor verdriet, mag het nu vanuit veiligheid doorvoelt worden.
- Daar waar bevriezing en overleving bepaalden, mag nu zachtheid en vertraging het lichaam opnieuw leren wat leven is.
Hoe herschrijf je een oude imprint?
Een imprint die op celniveau is ontstaan, kun je niet wissen. Maar je kunt hem wél herschrijven, door je lichaam een ervaring te geven die wezenlijk anders is dan wat het eerder heeft gekend.
Het antwoord ligt niet in begrijpen, maar in belichamen. Oude patronen die diep in je lichaam zijn opgeslagen, verander je niet door ze te analyseren, maar door je lijf een nieuwe ervaring te geven. Steeds opnieuw.
– Via het zenuwstelsel, niet via het denken. Door adem, aanraking, vertraging, trilling en beweging leert je lichaam dat het nu wél veilig is.
– Door herhaling van veiligheid. Eén ervaring is niet genoeg; je bouwt aan een nieuw lichaamsgeheugen, moment voor moment.
– Door de frequentie van je cellen te veranderen. Spanning is bevroren energie. Ademwerk, geluid en lichaamsgerichte oefeningen brengen die weer in beweging.
– En via co-regulatie. Een veilig lichaam tegenover je, iemand die helemaal aanwezig is, helpt jouw lijf herinneren hoe het voelt om niet te hoeven overleven.
Heling betekent in dit geval niet dat je verleden verdwijnt. Het betekent dat je lichaam leert dat het ook anders kan. Dat het zich niet meer hoeft te gedragen alsof het nog steeds in een onrechtvaardige gezinssituatie zit, of in een jappenkamp of in de buik van een moeder die heel veel meer te dragen had.
Ik ben niet de breuklijn, maar de brug
Wat ik inmiddels voel, is dat ik niet degene ben die het moet oplossen, maar degene die het kan doorvoelen.
- Waar mijn overgrootoma werd begrensd, mag ik ruimte maken. In positieve zin onbegrensd leven.
- Waar mijn oma heeft overleefd, mag ik juist léven.
- Waar mijn moeder overspoeld werd door emoties en angst, mag ik juist verzachten. In veiligheid
- Waar zij hebben gedragen, mag ik loslaten.
En misschien is dat wel de diepste vorm van heling die er is: niet alleen voor mij, maar ook voor hen. Want alles wat ik loslaat, geef ik niet meer door.
Kortom
Jij bent letterlijk ontstaan uit het lichaam van je moeder, die ontstond uit je oma, die weer geboren werd uit je overgrootmoeder. Hun cellen leven voort in jou.
Je bent dus niet los van hen, maar een verlengstuk van hun lichamelijke en emotionele lijn.
Wanneer jij spanning loslaat die zij nooit konden verwerken, betekent dat hun verhaal daarmee een andere afloop krijgt. Niet omdat het verleden verandert, maar omdat de doorwerking ervan stopt.
In traumatherapie en systemisch werk weten we: erkenning werkt niet alleen vooruit, maar ook achteruit. Als jij innerlijk zegt: “Ik zie jou. Ik voel jou. Ik weet dat jij dit moest dragen.”
…dan raakt dat iets diep in de familielijn. Het raakt aan iets wat vaak generaties lang heeft ontbroken: gezien worden.
Zelfs als je grootmoeder of overgrootmoeder niet meer leeft, kan jouw bewustzijn een vorm van afronding bieden. In familieopstellingen wordt vaak gezegd:
Als één iemand het voelt, verandert het veld.
Jij bént dat veld. En als jij beweegt, beweegt het hele systeem mee.
Dat is wat heling voor mij werkelijk betekent:
dat de draad niet wordt doorgeknipt, maar wordt omgevormd.
Zodat de pijn zich niet herhaalt, en vooral dat mijn lichaam geen drager meer hoeft te zijn
En daarin, precies daarin, word ik niet alleen vrij.
Zij ook.
Als je tot hier gekomen bent; dankjewel voor je aandacht.
Dankbaar dat ik dit met je mocht delen.
Liefs, Patty
P.S.
In dit verhaal heb ik vooral stilgestaan bij de spanningen, het verdriet en de patronen van overleving die via mijn vrouwenlijn zijn doorgegeven. Maar er is natuurlijk ook een andere kant.
Er is zoveel kracht meegekomen. Zoveel liefde, wijsheid, zachtheid, creatiekracht, veerkracht. Het vermogen om door te gaan. Om te zorgen. De diepe gevoeligheid. De liefde die we kunnen voelen voor familie, naasten, de mensen om je heen.
En dat verdient net zo goed erkenning.
Zie dit artikel daarom als deel 1 van een tweeluik.
Binnenkort deel ik ook deel 2: over de positieve eigenschappen die we meekrijgen van de generaties vóór ons, en hoe we daar bewust ruimte voor kunnen maken in ons leven, ons lichaam en ons werk.
Want wat zich via het lichaam doorgeeft, is niet alleen trauma.
Het is ook liefde. Intuïtie. Vuur. Wijsheid.
En een onzichtbare kracht die blijft stromen van vrouw tot vrouw.