Wat te doen als je zenuwstelsel overbelast is.

Do’s en don’ts uitgelegd volgens de polyvagaaltheorie

Er is een theorie die ons helpt om de complexiteit van onze stressrespons beter te begrijpen: de polyvagaal theorie, ontwikkeld door Stephen Porges.

Dat klinkt misschien wat academisch, maar in de kern is het een uiterst menselijke theorie. Ze laat zien hoe ons lichaam voortdurend scant: ben ik veilig, of niet? En hoe het daar razendsnel,  vaak buiten ons bewustzijn om, op reageert.

Voor mij persoonlijk was deze theorie een enorme eye-opener. Niet omdat ze mij vertelde wat ik anders moest doen, maar omdat ze me liet begrijpen waarom ik op bepaalde momenten precies zo reageerde als ik deed. Waarom ik soms fel werd. Of mezelf helemaal afsloot en niet meer beweging te krijgen was. Waarom ik kon pleasen tot ik erbij neerviel. En waarom ‘goede adviezen’ me soms alleen maar verder uitputten.

De polyvagaal theorie maakte één ding glashelder: dit gaat niet om karakter (zoals een harde werker, de perfecte verzorger of onbaatzuchtigheid).  Dit gaat om beschermingsreacties van mijn zenuwstelsel.

En dat zie ik ook steeds weer terug bij cliënten. Daarom wilde ik hier een uitgebreid blog aan wijden. Dus pak een kop thee en lees met me mee 🙂

Stress is niet alleen een beer in het bos.

Wanneer we het over stress hebben, denken we vaak aan acute fysieke dreiging, een beer in het bos, een bijna-ongeluk. Maar voor ons zenuwstelsel maakt het nauwelijks verschil of de dreiging fysiek of sociaal is.

Een conflict op je werk.
Een boze reactie in een e-mail.
Een ongemakkelijke sociale situatie.
Een gesprek waarin je je niet veilig voelt.

Je lichaam registreert: er is gevaar, ik moet iets doen.

En afhankelijk van wat je systeem op dat moment aankan, schakelt het automatisch over naar een stressreactie.

De vier stressreacties: vechten, vluchten, bevriezen en pleasen

De meeste mensen kennen de fight-or-flight reactie.

Bij vluchten (flight) wil je zo snel mogelijk weg uit de situatie. Je vermijdt, stelt uit, trekt je terug. Niet omdat je zwak bent, maar omdat je zenuwstelsel inschat dat afstand op dat moment de veiligste optie is.

Bij vechten (fight) maakt je lichaam zich klaar voor confrontatie. Dat is niet altijd fysiek; vaker is het verbaal. Je verdedigt jezelf, gaat in discussie, voelt irritatie of boosheid opkomen. Vluchten is geen optie meer, dus je systeem kiest voor actie.

Wanneer vechten of vluchten niet mogelijk lijkt, kan het zenuwstelsel overschakelen naar bevriezen (freeze). Het voelt alsof je vastloopt. Alsof je niets meer kunt. Je wilt wel, maar het lukt niet. Het lichaam beschermt zichzelf door letterlijk stil te vallen.

De polyvagaal theorie benoemt daarnaast een vierde reactie die voor veel mensen pijnlijk herkenbaar is: pleasen (fawn). Hierbij probeer je veiligheid te creëren door de ander gerust te stellen of tevreden te houden. Je past je aan, sust, geeft toe, cijfert jezelf weg. Niet omdat je dat wilt, maar omdat je systeem ooit heeft geleerd dat harmonie veiliger voelt dan conflict.

Misschien herken je het wel: sorry zeggen terwijl je eigenlijk in je recht staat. Zorgen voor iedereen, behalve voor jezelf. Om spanning of ongemak te voorkomen. Door je aan te passen, te pleasen, te gaan zorgen. Oftewel; bij jezelf weggaan om een ander het goed te laten gaan.

Al deze reacties hebben één ding gemeen: ze zijn er om je te beschermen.

Bewustwording verandert niet alles

Wat kun je met deze kennis?

De eerste stap is niet veranderen, maar herkennen.

Herkennen wanneer je vecht.
Opmerken wanneer je vlucht.
Erkennen wanneer je bevriest.
En eerlijk durven kijken naar pleasegedrag.

Voor mij persoonlijk gaf dat herkenningsproces iets heel waardevols: tijd. Soms maar een fractie van een seconde, maar genoeg om een andere keuze te overwegen. Om niet volledig meegesleept te worden door de automatische reactie.

Een belangrijke eye-opener was bijvoorbeeld het besef dat veel van mijn huishoudelijke taken en mental load van het gezin voortkwamen uit pleasegedrag. Ik hield iedereen in huis tevreden, mijn man, mijn kinderen en vergat mezelf. Ik ging mezelf volledig voorbij. Dat was niet interessant, zolang alles thuis maar goed verzorgd en geregeld was.  
Toen ik dat eenmaal zag, kon ik kritisch gaan kijken: wat is echt nodig, en wat doe ik om de rust te bewaren? Wat doe ik eigenlijk allemaal (extra) om mensen in mijn omgeving te behagen. Zodat ik toch (het gevoel heb) dat ik gezien en erkend wordt.  En natuurlijk moeten er dingen geregeld worden en is er verzorging nodig. Maar er is ook een middenweg. En het hoeft al helemaal niet ten koste van mezelf te gaan. Het loslaten daarvan bracht verrassend veel meer ruimte en ontspanning.

Maar bewustwording alleen is niet genoeg. En hier komt de polyvagaal ladder in beeld.

Polyvagaal ladder_PattydeVaan Polyvagaal theorie

De polyvagaal ladder: begrijpen waar je bent.

De polyvagaal ladder geeft een visueel beeld van waar je zenuwstelsel zich bevindt op een bepaald moment. Je beweegt voortdurend op en neer, afhankelijk van wat je dag van je vraagt.

Bovenaan de ladder – veiligheid en verbinding

Wanneer je bovenaan de ladder staat, voel je je relatief rustig en veilig. Je bent aanwezig in je lichaam, kunt contact maken met anderen, hebt ruimte om te voelen en te reflecteren. Dit is de staat waarin je het beste functioneert: je kunt lachen, genieten, creatief zijn en schakelen. Hier is de ventrale vagus actief; het deel van het parasympathische zenuwstelsel dat verbonden is met sociale betrokkenheid en veiligheid.

Midden van de ladder – actief en alert

In het midden van de ladder staat je systeem in de sympathische stand. Je hebt energie, bent alert en in actie. Dat is niet per definitie slecht;  het helpt je werken, sporten en presteren. Maar als je hier te lang blijft hangen, kan het voelen alsof je continu ‘aan’ staat. Je wordt onrustig, prikkelbaar en vindt het moeilijk om te ontspannen.

Onderkant van de ladder – immobilisatie

Helemaal onderaan de ladder schakelt je lichaam terug. Je voelt je uitgeput, leeg, afgesloten of lamgeslagen. Kleine taken lijken te veel. Je wilt je terugtrekken. Niet meer bewegen. Hier is de dorsale vagus actief; de overlevingsmodus van je zenuwstelsel. Je lichaam probeert je te beschermen tegen verdere overbelasting.

De grootste valkuil: jezelf omhoog forceren

Wat ik heel vaak zie, is dat mensen die zich onderaan de ladder bevinden, zichzelf proberen te laten functioneren alsof ze bovenaan staan. Ze plannen sociale activiteiten, proberen “leuke dingen te doen” en pushen zichzelf om te verbinden met de beste intenties.

Die intenties zijn begrijpelijk.
Vaak komt dit voort uit het verlangen om terug te keren naar een versie van zichzelf die ze kennen: een periode waarin ze zich energiek voelden, sociaal waren, flexibel, en het leven aankonden. Bovenaan de ladder dus. Er zit een diep verlangen onder: “Zo was ik, zo wil ik weer zijn.”

Daarnaast speelt er vaak iets anders mee: angst. Angst dat, als ze zichzelf niet blijven dwingen, ze verder wegzakken. Dat ze verdwijnen in de immobilisatie. Dat ze zichzelf kwijtraken. Dat er geen weg meer terug is als ze het niet blijven ‘doen’.

En juist die angst maakt dat ze zichzelf blijven opleggen wat hun systeem op dat moment niet aankan.

Maar wat er echt gebeurt is: je vraagt flexibiliteit, verbinding en sociale openheid van een zenuwstelsel dat zich in overleving bevindt. Een systeem dat niet bezig is met groei, maar met beschermen.

Het voelt niet als: “kom maar, het is veilig.”
Het voelt als: “je moet, want hier is het niet ok.”

En dat maakt het onveilig.

Het gevolg is vaak dat mensen zich na zo’n activiteit niet opgelucht, maar juist leger voelen. Ze storten emotioneel in, raken verder uitgeput of zakken nog dieper weg. Niet omdat ze het verkeerd doen, en zeker niet omdat ze zich niet genoeg inzetten, maar omdat ze te hoog mikken op de ladder.

Niet luisteren naar waar je systeem is, uit angst om erin vast te blijven zitten, houdt je er vaak juist langer in vast.

Over comfortzone, window of tolerance en een belangrijk misverstand

Ja, het verlaten van je comfortzone kan helpend zijn. Sterker nog: ik zeg dit zelf ook vaak. Het opzoeken van het randje van je window of tolerance kan je zenuwstelsel helpen om veerkrachtiger te worden en zich beter te reguleren. Dat klopt.

Maar,  en dit is een cruciaal ‘maar’,  dat stretchen werkt alleen als het past bij de trede waar je je op dat moment bevindt.

Het zenuwstelsel leert veiligheid niet door grote sprongen, maar door haalbare stappen. Door net dat beetje spanning toe te voegen dat nog te dragen is. Niet door jezelf in situaties te brengen die je systeem als overweldigend ervaart.

Ik gebruik hiervoor graag het beeld van mini-tredes. Stel je voor dat de ladder niet drie grote treden heeft, maar honderd kleine. Dat past namelijk goed bij mijn 100 dagen traject. Elke dag 1 trede omhoog. Als je laag op de ladder staat, kan het al een stretch zijn om één of twee mini-tredes omhoog te bewegen. Dat is misschien maar 1 of 2 procent verschil, maar voor je zenuwstelsel is dat al leerzaam.

Je doet dan dingen die net buiten je comfortzone liggen, maar nog wel binnen je draagkracht. Dáár zit de groei.

Wat niet werkt, is jezelf stretchen op een plek die hoort bij een heel andere trede. Als je onderaan de ladder staat, ga je jezelf niet uitdagen door activiteiten te doen die passen bij de bovenste regionen van de ladder. Die stappen zijn simpelweg te groot. Dan is het geen stretch meer, maar overvraging.

Het verschil tussen uitdagen en forceren zit dus niet in wilskracht of moed, maar in fysiologische haalbaarheid. In afstemmen op waar je systeem nu is en van daaruit heel precies, heel klein, één of twee mini-tredes omhoog bewegen.

Dat is samenwerken met je zenuwstelsel.

Wat heb je te doen per staat?

  1. Dorsale vagus (immobilisatie)

Wanneer je in immobilisatie zit, helpt ontspanning vaak niet als eerste stap. En praten of analyseren meestal ook niet. In deze staat heeft je zenuwstelsel zich teruggetrokken om je te beschermen tegen verdere overbelasting. Er is weinig energie, weinig mobiliteit en vaak ook weinig toegang tot gevoel.

Wat je systeem dan nodig heeft, is beweging.

Niet om te presteren.
Niet om je beter te voelen.
Maar om het signaal te geven: ik kan iets doen en dat is veilig.

Het zenuwstelsel kalmeert door ritme en voorspelbaarheid. Herhalende, eenvoudige bewegingen helpen het systeem zich weer te organiseren. Ze vragen geen ontspanning of inzicht, maar bieden houvast. Het lichaam weet wat er komt, hoeft niet te scannen op gevaar en kan langzaam uit stilstand komen.

Beweging is daarmee het natuurlijke tegenwicht van immobilisatie. Waar immobilisatie staat voor stilvallen en afsluiten, brengt beweging weer doorstroming en deelname aan het leven. Hoe kleiner en haalbaarder die beweging, hoe groter de kans dat het systeem hem kan aannemen.

Kom in beweging

Het beste tegenwicht van immobilisatie is in beweging komen afgestemd op wat op dát moment haalbaar is.

Loop je normaal een grote wandeling, maar lukt dat nu niet? Maak dan een klein rondje.
Lukt een klein rondje niet? Loop een blokje rondom het huis.
Lukt dat niet? Loop naar de poort in de achtertuin.
Lukt dat niet? Loop naar de achterdeur of de brievenbus.
Lukt dat niet? Loop naar de vaatwasser en ruim iets uit of in.
Is zelfs dat nog een te grote stap? Ga dan gewoon staan en breng je lichaam zacht in beweging.

Er is geen minimale eis. Er is alleen de vraag: wat is vandaag één haalbare stap?

Elke beweging, hoe klein ook, is een signaal aan je lichaam:
ik kan iets doen  en ik ben veilig.

En van daaruit kan het zenuwstelsel langzaam weer een trede omhoog bewegen.

  1. In de sympathische staat

Wanneer je in de sympathische staat zit: actie-energie zonder overdrive

Wanneer je in de sympathische staat zit, maakt je lichaam actiegerichte energie aan. Stresshormonen zoals cortisol en adrenaline zorgen ervoor dat je alert bent, kunt handelen en in beweging komt. Deze staat is een essentieel onderdeel van het leven. Zonder sympathische activatie kun je niet werken, zorgen, bewegen of keuzes maken.

De sympathische staat is dus niet iets wat vermeden moet worden. We hebben haar nodig om ons leven te leven.

Maar, en dit is een belangrijk onderscheid, de sympathische staat is niet bedoeld als permanente stand. Wanneer deze activatie te lang aanhoudt of te intens wordt, komt het systeem in overdrive. Dan blijft het lichaam alert, zelfs als er geen directe actie meer nodig is.

In die overdrive voel je je vaak:

  • opgejaagd of gehaast
  • prikkelbaar
  • onrustig
  • slecht in staat om te ontspannen
  • altijd ‘aan’

Dit is niet de gezonde vorm van sympathische activatie, maar een systeem dat geen uitweg meer ziet uit de actiestand.

Sympathicus als tussenstation, niet als eindbestemming

Voor mensen die uit een periode van immobilisatie komen, is de sympathische staat vaak een noodzakelijke tussenfase. Meer energie voelen, meer spanning ervaren en soms ook meer emotie tegenkomen, betekent vaak dat het systeem weer mobiliseert. Dat is op zichzelf een teken van vooruitgang.

Het risico ontstaat wanneer die herwonnen energie direct wordt ingezet om weer te doorduwen. Dan schiet de sympathische activatie door en raakt het systeem opnieuw overbelast.

Regulatie betekent hier niet: stoppen met doen.
Regulatie betekent: kunnen schakelen.

Regulatie is flexibiliteit

De sleutel zit niet in het vermijden van de sympathische staat, maar in het vermogen om er in en uit te bewegen. Kunnen activeren wanneer dat nodig is, en kunnen zakken wanneer dat kan.

Een zenuwstelsel dat kan schakelen, hoeft niet in overdrive te raken. En precies daar ligt de weg naar meer veerkracht en herstel.

  1. Ventrale vagus – de groene zone

Ventrale vagus – de groene zone: veiligheid, verbinding en flexibiliteit

Wanneer je in de groene zone bent, is je zenuwstelsel relatief gereguleerd. Je voelt je veilig in jezelf en in contact met anderen. Er is ruimte om te voelen, te reflecteren, te genieten en flexibel te reageren op wat er op je pad komt. Dit is de staat waarin verbinding mogelijk is — met jezelf én met de wereld om je heen.

Maar ook dit is geen eindstation.

De groene zone is geen permanente staat die je moet zien vast te houden. Een gezond zenuwstelsel beweegt. Het schakelt. Het past zich aan. Ook fijne, gezellige en leuke dingen kosten energie. Verbinding vraagt flexibiliteit. Aanwezig zijn vraagt draagkracht.

Het is dus volkomen normaal dat je na een paar goede dagen weer wat zakt. Dat betekent niet dat je terugvalt of iets verkeerd doet. Het laat zien dat je zenuwstelsel gereageerd heeft op wat het leven van je vroeg.

De valkuil van de ‘altijd-goed’-verwachting

Wat vaak misgaat, is dat mensen de groene zone gaan zien als het doel dat koste wat kost vastgehouden moet worden. Ze willen zich altijd rustig voelen, altijd verbonden, altijd in balans. En zodra ze merken dat ze wat zakken, ontstaat er onrust: “Het gaat weer mis.”

Maar dat idee klopt niet.

Regulatie betekent niet dat je altijd bovenaan blijft. Regulatie betekent dat je weet wat je nodig hebt wanneer je verschuift.

Juist het vertrouwen dat je weer kunt schakelen, omlaag en omhoog, maakt dat het zenuwstelsel veilig blijft.

Wat helpt om in het groen te blijven (zonder te forceren)

In de groene zone gaat het niet om corrigeren, maar om onderhouden. Om voelen wanneer iets voedend is, en wanneer het te veel wordt.

Wat hier helpend is:

  • voldoende rustmomenten, ook op fijne dagen
  • ruimte laten tussen afspraken
  • luisteren naar subtiele signalen van vermoeidheid of spanning
  • kleine momenten van vertraging, ook als het goed gaat

De groene zone is geen einddoel.
Het is geen bewijs dat je het ‘goed’ doet. Het is een toestand die ontstaat wanneer je zenuwstelsel zich veilig genoeg voelt.

En veiligheid groeit niet door vasthouden, maar door vertrouwen: het vertrouwen dat je kunt bewegen, dat je kunt zakken, en dat je ook weer omhoog kunt komen.

De kunst is dus niet om altijd bovenaan de ladder te blijven, maar om te leven met de ladder. Om te herkennen waar je bent, en te weten wat je nodig hebt om weer in beweging te komen, in welke richting dan ook.

Healing powerhouses: ingangen die je zenuwstelsel ondersteunen|

Er zijn verschillende ingangen die je zenuwstelsel kunnen ondersteunen in het bewegen over de polyvagaal ladder. Ik noem ze vaak healing powerhouses,  omdat ze het systeem helpen herinneren aan veiligheid, beweging en verbinding.

Welke ingang op welk moment helpend is, hangt volledig af van waar je je bevindt op de ladder. Wat vandaag werkt, kan morgen te veel zijn. En wat nu niet lukt, kan later ineens wél passend voelen.

Deze powerhouses zijn daarom geen stappenplan of to-do-lijst, maar uitnodigingen. Mogelijkheden om te voelen: wat heeft mijn systeem nú nodig?

Beweging
Beweging helpt het zenuwstelsel om te mobiliseren en doorstroming te ervaren. Dat kan wandelen zijn, dansen, yoga, zwemmen of somatische oefeningen. Niet om te presteren, maar om het lichaam te laten voelen dat het kan bewegen en dat beweging veilig is. Vooral bij immobilisatie is dit vaak de eerste ingang.

Ademhaling
Ademhaling is een directe ingang tot het zenuwstelsel. Ademoefeningen kunnen activerend of juist vertragend werken, afhankelijk van hoe je ze inzet. Ook zingen en neuriën werken regulerend doordat ze de adem verlengen en het systeem helpen zakken.

Co-regulatie
Zenuwstelsels reguleren niet alleen. Tijd doorbrengen met mensen of dieren die veiligheid uitstralen, kan diep ondersteunend zijn. Samen eten, knuffelen, lachen, bellen met een vriendin, tijd met huisdieren; dit zijn allemaal manieren waarop het lichaam veiligheid ervaart via contact.

Awe & play
Momenten van verwondering en spel helpen het systeem om uit overleving te bewegen. Muziek, kunst, creativiteit, koken, bakken, schoonheid ervaren of gewoon plezier maken. Niet functioneel, maar voedend. Deze momenten herinneren het lichaam eraan dat het leven meer is dan overleven.

Natuur
Buiten zijn werkt vaak regulerend zonder dat je er iets voor hoeft te doen. Wandelen in het bos, naar de zee gaan, tuinieren, fietsen of gewoon even naar buiten kijken. De natuur biedt ritme, ruimte en voorspelbaarheid, precies wat het zenuwstelsel helpt om te ontspannen.

Rust & warmte
Warmte en rust helpen het systeem om te zakken. Een warm bad, sauna, kruik, thee drinken in stilte, massage of slapen. Niet als vlucht, maar als bewuste ondersteuning wanneer het lichaam daar ontvankelijk voor is.

Het belangrijkste om te onthouden is dit:
er is geen juiste volgorde en geen vaste combinatie. Regulatie vraagt afstemming. Wat je vandaag helpt, hoeft morgen niet hetzelfde te zijn.

Zie deze healing powerhouses niet als iets wat je moet doen, maar als iets waar je uit mag kiezen. Telkens opnieuw, in contact met je lichaam.

Leven met de ladder.

De polyvagaaltheorie is geen checklist en geen vaardigheid die je beheerst en daarna loslaat. Het is leren luisteren. Elke dag weer opnieuw.

Luisteren naar je lichaam.
Naar waar je nu bent.
Naar wat je systeem op dit moment aankan.
En naar wat OP DAT MOMENT passend is en wat niet.

Het vraagt aandacht, eerlijkheid en bereidheid om jezelf serieus te nemen, ook als dat betekent dat je tempo lager ligt dan je hoofd zou willen.

Een zenuwstelsel herstelt niet door harder zijn best te doen of door zichzelf steeds weer voorbij te lopen. Het herstelt door erkenning. Door afgestemde stappen. Door ervaringen die kloppen bij de plek waar je je bevindt.

Soms betekent groei niet hoger mikken, niet nog meer willen en niet sneller gaan, maar precies genoeg doen. En van daaruit, stap voor stap, je leven gaan inrichten.

Share:

Email
WhatsApp
Print

Meestgelezen blogs

Yes, stuur mij tweewekelijks een personal note!

Elke twee weken neem ik je mee op een persoonlijke reis, waarbij ik waardevolle inzichten deel over Bodytension Release, ademwerk en het kalmeren van je zenuwstelsel. Verwacht updates vol praktische tips en inspiratie om je meer in verbinding te brengen met je lichaam.

Daarnaast houd ik je op de hoogte van mijn aankomende events.