Er is niemand op deze aardkloot op wie IK kan leunen…

Bij jeugdtrauma denken we vaak aan grote gebeurtenissen, of aan alles wat je meemaakte. Laatst zei een cliënt zo mooi: Patty, ik rouw juist om alles wat ik niet meemaakte. Om alles wat er niet was.

Aandacht en echt gezien worden in wie jij werkelijk bent.
Interesse in jouw binnenwereld.
Geborgenheid.
Ruimte voor jouw emoties.
Überhaupt ruimte voor jouw hele zijn, voor jouw fouten, onhandigheid, lawaai, onwetendheid en onzelfstandigheid.

En weet dus dat dit gemis kan ontstaan in de, aan de buitenkant, meest normale gezinnen. In gezinnen waarvan de buren het zien als het perfecte gezin. Die prima functioneren: ze hebben een sociaal leven, goede banen, leuke vakanties, ze sporten, het leven is netjes verzorgd.

Maar zij zijn emotioneel niet beschikbaar. Niet verbonden met jouw binnenwereld.
Mama is er wel, maar ze is er niet echt.
Papa ziet je wel, maar hij ziet je niet echt.

En jij, als kind, merkt dat. Je voelt het. Maar…

je weet nog niet wat er mist. Dit zal wel zijn zoals het gaat. Dit is normaal. Als kind heb je dat rotsvaste vertrouwen dat volwassenen wel weten wat ze doen. Dat zij gelijk hebben en dat het vast wel aan jou zal liggen.

Wat emotionele afwezigheid met een kind doet

En daar zit de crux. Jij krijgt het idee dat jij als kind iets moet doen. Iets anders kan doen om de emotionele verbinding te herstellen. En dat is de eerste belangrijke stap die je al zo vroeg maakt in het leven, waarbij je bij jezelf weggaat. Waarbij je voor de ander gaat zorgen. Waarbij je gaat inspelen op de binnenwereld van de ander, om jezelf veilig te kunnen voelen. Waarbij je je eigen binnenwereld ondergeschikt maakt aan die van een ander.

Want de verbinding verliezen, voelt voor een kind alsof je in levensgevaar bent. Om te overleven ben je als kind zijnde afhankelijk van je ouders.  Het is existentieel. Het lichaam ervaart het als onveilig.

Emotionele afwezigheid is verraderlijk, juist omdat ze zo onzichtbaar is.
Er is geen ruzie, geen verwaarlozing, geen groot drama. Er is gewoon weinig. Het is leeg. Weinig echte interesse in wat er leeft in dat kind. Weinig ruimte voor verdriet, voor angst, voor de grote gevoelens die een kind nu eenmaal heeft en die het ergens in veiligheid wil kunnen delen.

Wat jij in die vroege jaren ontwikkelt is een hechtingsstijl. Je zenuwstelsel focust zich op exteroceptie. Dat wat er om je heen gebeurt. De sfeer om je heen. De gemoedstoestand van de mensen om je heen. Je signaleert de afwezigheid in iemands ogen. Je voelt feilloos aan of iemand zichzelf is of toneel speelt. Je voelt de onrust en spanning van de mensen om je heen.

Interoceptie wordt gedownsized. Dat wat je zo goed bij de ander kan lezen. Kan je bij jezelf niet. Je eigen gemoedstoestand is vaak een blur. Je voelt je onrustig, maar kunt het niet duiden. Stilstaan is puur ongemak, omdat je je geen raad weet met je eigen binnenwereld. Je gedachtes nemen de overhand, zodat je goed afgesloten kan blijven van je lichaam. De wilskracht van je hoofd overrulet de vermoeidheid van je lichaam.

Mama, ik zorg ervoor dat het jou goed gaat. Want als het goed gaat met jou ben ik veilig.

Parentificatie: wanneer geven en nemen omdraaien

Niemand heeft jou die rol gegeven. Er is geen moment geweest waarop iemand zei: jij zorgt voortaan voor de rust in huis. Dat sluipt er in. Je hebt het gewoon gedaan. Omdat het werkte. Omdat jij, als je de spanning in de kamer kon dempen, even veilig was.
Omdat jij, als mama ontspannen was, ook even kon ademhalen.

Zo word je de thermostaat van het gezin. Omdat je lichaam het als de slimste overlevingsstrategie heeft geregistreerd.

Dit noemen we parentificatie. Het kind gaat aan de ouder geven. Het emotionele discomfort proberen weg te halen bij de moeder.

In een gezond gezin stroomt zorg van boven naar beneden. Van ouder naar kind. De ouder draagt, het kind wordt gedragen.
De ouder geeft, het kind ontvangt. Als kind zijnde hoef je niets te geven aan je ouder, je ontvangt. Je mag zijn en ontvangen. Dat is de natuurlijke verticale lijn, de richting waarin het hoort te gaan.

In volwassen relaties is er een horizontale lijn en wil je dat er balans is tussen geven en nemen.

Maar wat gebeurt er als een ouder emotioneel niet beschikbaar is? Als ze zo in beslag wordt genomen door haar eigen onverwerkte pijn, haar eigen tekorten, haar eigen onvervulde verlangens, dat ze de zorg niet kan geven die haar kind nodig heeft?

Dan kantelt het systeem.

De balans tussen geven en ontvangen, die in een gezonde relatie horizontaal en wederkerig is, wordt verticaal en eenzijdig. Het kind geeft. De ouder ontvangt. En het kind leert: zo werkt verbinding. Verbinding is iets waarvoor ik moet zorgen. Iets waarvoor ik bij mezelf weg moet gaan, zodat het een ander maar goed gaat.

De sterke vrouw die daaruit ontstaat

Jaren later is dat kind een volwassen vrouw geworden. En ze functioneert uitstekend.

Ze is slim, capabel, betrouwbaar. Ze overziet situaties snel, anticipeert op wat er nodig is, handelt voordat anderen ook maar hebben nagedacht. Ze is de vrouw op wie anderen bouwen, de vrouw die altijd een oplossing heeft, die de kar trekt, die het wel even oppakt.

Van buiten: sterk, succesvol, zelfstandig.

Maar van binnen draagt ze iets mee wat ze zelf niet altijd goed kan benoemen. Een constante innerlijke druk. De druk om het goed te doen, om alles onder controle te houden, om niet te veel ruimte in te nemen, om er te zijn voor de ander, altijd, als vanzelfsprekendheid. Ze heeft moeite met hulp vragen, niet omdat ze trots is, maar omdat haar zenuwstelsel nooit heeft geleerd dat haar behoeften er mogen zijn. Dat ze mag leunen. Dat er ook voor haar gezorgd mag worden.

Ze geeft vanuit een patroon dat zo oud is dat het voelt als haar karakter. Zo ben ik nu eenmaal. Maar het is geen karakter. Het is een overlevingsstrategie die haar als kind goed heeft gediend, en die haar als volwassene langzaam uitput.

Ergens, onder al die kracht en zelfstandigheid, leeft een heel heel diep verlangen. Ze wil ook eens gedragen worden.

Ze wil haar ogen kunnen sluiten en weten dat het goed komt. Dat iemand anders de touwtjes even vasthoudt. Dat ze niet altijd de sterkste hoeft te zijn in de ruimte. Dat ze mag leunen, mag ontvangen, klein en onwetend mag zijn, zonder dat ze daarvoor iets terug hoeft te geven.

Geborgenheid. Zo simpel als dat.

Maar het is precies het gevoel dat haar zenuwstelsel nooit echt heeft gekend. Niet als kind, en daardoor ook niet als volwassene, althans niet voor lang. Want zodra iemand voor haar zorgt, zodra er iemand is die haar draagt, voelt het onwennig. Ze weet niet goed hoe ze het moet ontvangen. Ze geeft liever. Dat kent ze.

En zo herhaalt het patroon zich. Ze trekt mensen aan bij wie zij degene is die geeft, die draagt, die zorgt. Niet omdat ze het bewust kiest, maar omdat haar zenuwstelsel dit herkent als vertrouwd. Als de enige manier van verbinden die ze kent.

Het lichaam heeft een lang geheugen

Er is een kernovertuiging die ik al jarenlang met me meedroeg:
“Er is niemand op deze aardkloot op wie IK kan leunen”.

En dat is een bijzondere uitspraak als je een liefdevolle, veilige, zorgzame vader en moeder hebt. Als je een liefdevolle, veilige, zorgzame man hebt. Als je een liefdevolle, veilige, zorgzame zus hebt die tevens je BFF is.  Als je liefdevolle, veilige, zorgzame vriendinnen hebt.

En ik kon rationeel begrijpen dat dat de uitgelezen plek is om ook eens te leunen, om me te laten dragen. Om het leven heel even over te laten nemen en te mogen zijn.

Maar-mijn-zenuwstelsel-kon dat-niet. Die wist niet hoe dat te doen. Het lijkt zo simpel, waarom doe je dat gewoon niet. Maar er is niets ‘gewoon’ aan. Je zenuwstelsel prefereert bekend boven onbekend. Je kunt niet bij iemand leunen, je kunt niet in de overgave, als je zenuwstelsel nog steeds alarmbellen af laat gaan.

Want wat we meemaken in onze vroegste jaren, de ervaringen die ons vormen voordat we er woorden voor hebben, slaat zich niet op in gedachten maar in het lichaam.

In de spanning die vanzelf opkomt als jij even de touwtjes laat vieren, de controle probeert los te laten. In de reflex om te gaan fixen als de sfeer in een ruimte verandert. In de moeite om stil te zitten, om te ontvangen, om er gewoon te mogen zijn zonder iets te doen.

Inzicht helpt. Begrijpen waar het vandaan komt, helpt.

Maar het lichaam verandert niet door begrijpen. Het verandert door nieuwe ervaringen. Door keer op keer, in kleine en grote momenten, te leren dat het veilig is om te ontvangen. Dat de verbinding niet verbroken wordt als jij even niet de sterkste bent. Dat er ruimte is voor jouw behoeften, jouw gevoelens, jouw zachtheid.

Dat is geen kwestie van ‘gewoon doen’. Het is een kwestie van het zenuwstelsel nieuwe ervaringen geven, totdat die nieuwe ervaringen langzaam het oude patroon beginnen te herschrijven.

Kun je je voorstellen wat dat voor jou zou betekenen als je in een ruimte bent
waar je het masker van altijd maar sterk zijn eindelijk af durft te zetten.
Om je lichaam te laten voelen wat geborgenheid en veiligheid werkelijk zijn. En dat je dat niet bedenkt met je hoofd, maar daadwerkelijk ervaart met je lichaam . De ruimte om de touwtjes te laten vieren. Om urenlang te ontvangen, terwijl ik zorg voor jou. Dat is iets wat ik je wil laten ervaren tijdens het 100 dagen traject The body remembers. En niet eenmalig, maar meerdere keren herhaald. 

Alle emoties krijgen de ruimte. Je lelijkste kant mag naar buiten komen. Je sterkste kant mag naar buiten komen. Je mag het snot uit je ogen huilen, mag vloeken en tieren, mag disloyaal zijn naar iedereen in je systeem.

En ik blijf. Naast je. In nabijheid. In geborgenheid.

Dat alleen al kan de meest helende beweging voor je lichaam zijn. Dat iemand je echt ziet, voor wie je bent onder al die lagen en rollen die je in het leven draagt.

Er is een uitspraak die me altijd is bijgebleven: het tegenovergestelde van depressie is niet geluk. Het is expressie. Expressie van je authentieke zelf, de zelf die zo lang op de achtergrond is gebleven, die heeft gewacht tot het veilig genoeg was om zich te laten zien.

Hoe kun je die leegte vullen?

De eerste stap is misschien de moeilijkste, en tegelijk de meest bevrijdende.

Erkennen dat er een wond is. Niet relativeren, niet vergelijken met anderen die het “erger” hadden. Maar voor jezelf mogen zeggen: ik heb iets gemist. En dat heeft sporen nagelaten. Dat mag er zijn. Je mag er om rouwen.

Rouwen om wat er niet was. Het is het begin van echte heling.
We vinden het vaak ook moeilijk om disloyaal te zijn aan onze familie. Want vaak was er zoveel wel. En weet je ook dat je ouders deden wat ze konden. Daarom blijven we het onder het vloerkleed vegen. Dus je hebt te erkennen en bloedeerlijk naar jezelf te worden dat je iets gemist hebt. 

Maar erkenning alleen is vaak niet genoeg. Want de leegte die je als kind hebt geleerd te dragen, leeft niet in je hoofd. Die leeft in je lichaam. In je spieren, je adem, je reflexen. En het lichaam verandert niet door inzicht. Het verandert door nieuwe ervaringen.

Dat betekent concreet: leren co-reguleren. Je zenuwstelsel kalmeren in de aanwezigheid van een ander, niet door erover te praten, maar door samen te zijn terwijl je lichaam langzaam leert dat nabijheid veilig is. Dat jij mag ontvangen zonder dat je er iets voor terug hoeft te geven.

Het betekent ook: systemisch terugkeren naar de plek die van jou is. Niet langer de ouder van je ouders zijn, maar het kind dat gedragen mag worden. Dat is vaak een flinke verschuiving die je te maken hebt..

En het betekent werken met het lichaam zelf. Met de psoas, de spier die het sterkst reageert op gevaar en spanning. Met tremoren, de natuurlijke ontlading die je lichaam al die jaren heeft onderdrukt. Met de adem, die direct het zenuwstelsel bereikt op een manier die het hoofd nooit kan.

Kleine herhaalde ervaringen van veiligheid, van ontvangen, van gezien worden, dat is wat het oude patroon langzaam begint te herschrijven. Niet omdat je harder werkt aan jezelf. Maar omdat je lichaam eindelijk iets nieuws mag leren.

Het stopt bij jou

De patronen die jij meedraagt zijn niet bij jou begonnen. Ze zijn van generatie op generatie doorgegeven, door ouders die deden wat ze konden met wat zij hadden, die zelf ook niet kregen wat ze nodig hadden, die ook hun eigen manier van overleven meenamen het gezin in.

Maar ergens stopt die keten. Ergens is er iemand die herkent wat er speelt, die bereid is te kijken naar wat er werkelijk leeft onder de kracht en de zelfstandigheid, die de moed heeft om iets anders te leren. Zodat jij het jouw kinderen of de kinderen om je heen mag leren.

Misschien ben jij dat wel…

Share:

Email
WhatsApp
Print

Meestgelezen blogs

Yes, stuur mij tweewekelijks een personal note!

Elke twee weken neem ik je mee op een persoonlijke reis, waarbij ik waardevolle inzichten deel over Bodytension Release, ademwerk en het kalmeren van je zenuwstelsel. Verwacht updates vol praktische tips en inspiratie om je meer in verbinding te brengen met je lichaam.

Daarnaast houd ik je op de hoogte van mijn aankomende events.