Bijna iedereen die bij mij in de praktijk komt, heeft al veel geprobeerd. Ze weten waar hun trauma ontstaan is. Ze weten waar de pijn zit, hoe die begonnen is, wie erbij betrokken was. Met hun hoofd begrijpen ze het heel goed. Maar hun lichaam heeft die boodschap blijkbaar nog niet ontvangen, want de lichamelijke consequenties zijn er nog. Continu. Vermoeidheid, overprikkeling, spierspanning, gewrichtsklachten, buikklachten, brain fog…
Alsof het begrijpen en het nog steeds ervaren twee volledig gescheiden werelden zijn, die elkaar niet raken. Om dat beter toe te lichten zal ik je een alledaags voorbeeld geven:
In mijn praktijk komen vooral intelligente, cognitief sterke vrouwen. En dan gaan we met elkaar praten over ‘het’ verhaal. Waar worstel je mee, wat is je grootste uitdaging op dit moment? En dan hoor ik vaak intense verhalen over jeugdtrauma, nare ervaringen, toxische relaties, rouw, generationeel trauma.
Verteld zonder te blikken of te blozen, bijna zonder te knipperen (of adem te halen 😊), alsof ze aan een vriendin vertellen hoe de vakantie geweest is.
Op dat moment weet ik al: dit verhaal is vaker zo opgehoest. Het verhaal is een script geworden en dat script vertel je moeiteloos vanuit je hoofd.
Dan stel ik de vraag: “wat voel je in je lichaam terwijl je me dit allemaal vertelt?”
En dan is er even stilte. Lichaam? Oh ja. Uhm. Oe, das lastig. Dat weet ik niet zo goed. Ik VOEL niet zoveel, DENK ik.
En daar gaat het mis. Tussen voelen en denken.
Want je kunt praten totdat je een ons weegt. Je kunt analyseren, begrijpen, benoemen, en in therapie zitten tot je de therapeut beter kent dan jezelf. Zolang je de lichamelijke reactie op een trigger niet kunt veranderen, blijf je ermee rondlopen. En die reactie veranderen doe je niet met nog meer erover praten. Nog meer analyseren en herleiden.
Die verander je door naar het lichaam terug te gaan, naar de plek waar de pijn werkelijk woont.
Het lichaam als alarmsysteem
Als je brein gevaar signaleer (real life gevaar of een herinnering/heractivitatie) activeert je autonome zenuwstelsel binnen een fractie van een seconde een overlevingsreactie. Je hartslag stijgt. Je ademhaling wordt snel en oppervlakkig, hoog in je borst. Je psoas, de diepliggende spier die de onderste ribwervels met je dijbeen verbindt en dwars door het centrum van je lichaam loopt, trekt samen. Je bijnierschors gooit cortisol en adrenaline in je bloed. Je bent klaar om te vechten, te vluchten, of te bevriezen.
Dat systeem is briljant. Het heeft de mensheid in leven gehouden. En het heeft jou in leven gehouden. Super nuttig, dus.
Maar er is een hele belangrijke vervolgactie van dat systeem. En die vervolgstap is het cruciale deel dat we collectief zijn vergeten. Namelijk: ontlading.
Bij zoogdieren in het wild zie je het elke keer nadat gevaar geweken is. Een gazelle die ternauwernood aan een leeuw ontsnapt, stopt even verderop en begint te trillen (zie video). Te beven. Soms rolt het dier over de grond. Het ziet er vreemd uit, maar het is het zenuwstelsel dat zichzelf reset, dat de opgebouwde overlevingsenergie letterlijk uit het lichaam schudt. Na minuten staat de gazelle op en graast verder, alsof er niets is gebeurd.
De bioloog Peter Levine, grondlegger van Somatic Experiencing, beschreef dit als een van de meest cruciale inzichten in zijn werk met traumapatiënten: dieren in het wild ontwikkelen zelden chronisch trauma, juist omdat ze die ontladingsfase niet overslaan.
Wij doen dat wel. Sterker nog, we zijn er sociaal op getraind. Niet huilen. Kusje (of snoepje) er op. En door. Niet zo aanstellen. Huppakee. En dus stoppen we de ontladingsfase voor ze goed en wel begonnen is. De overlevingsenergie kan nergens heen en wordt in het lichaam vastgehouden.
Wat er dan met je fascia en spieren gebeurt
Je fascia is het bindweefsel dat door je hele lichaam loopt, als een netwerk dat spieren, organen, zenuwen en botten omhult en met elkaar verbindt. Gezonde fascia is soepel, gehydrateerd, elastisch. Het beweegt mee met je lichaam als water in een spons.
Maar chronische spierspanning, de spanning die ontstaat als overlevingsenergie nergens heen kan, trekt dat net strak. En vastgezette fascia droogt uit. Het verliest zijn flexibiliteit, wordt taai en stijf, en begint te kleven aan de lagen eronder. Pijn in je rug, je nek, je heupen, kakendat zijn vaak geen structurele problemen. Dat is vastgehouden spanning die geen uitweg heeft gevonden.
Je psoas is hierin bijzonder belangrijk, en onderbelicht. Deze spier wordt ook wel de vecht-of-vluchtspier genoemd, omdat hij als eerste samentrekt bij gevaar en als laatste loslaat bij veiligheid. Zolang je psoas verkrampt is, stuurt hij voortdurend signalen terug naar je hersenstam: waakzaamheid, activatie, gevaar. Je kunt jezelf niet volledig ontspannen als je psoas dat niet doet. Ze werkt het helaas niet. Het brein luistert naar het lichaam, evengoed als andersom.
Een vicieuze cirkel die zichzelf in stand houdt
En zo ontstaat het mechanisme dat zoveel mensen herkennen zonder dat ze er een naam voor hebben.
Je zenuwstelsel staat chronisch aan. Je hartslag is verhoogd, je ademhaling blijft klein en hoog, je psoas is stevig aangespannen. Je brein leest die lichamelijke signalen en concludeert: dit kan niet veilig zijn. Want een veilig lichaam ontspant, en jouw lichaam is gespannen alsof je oog in oog staat met een 2 meter hoge bruine beer. Dus het alarm blijft loeien.
Ondertussen begint de rest van je fysiologie zich aan te passen aan die permanente staat van paraatheid. Je spijsvertering wordt gepauzeerd, want verteren is een luxe die je je in gevaar niet kunt veroorloven. Je hormoonhuishouding verschuift: cortisol blijft structureel verhoogd, oestrogeen en progesteron raken uit balans. Je bloeddruk wordt minder fijn geregeld. Je immuunsysteem werkt minder optimaal. Je slaap wordt onrustig, want een zenuwstelsel dat gevaar registreert slaapt niet echt diep.
En je fascia wordt stijver, droger, pijnlijker. Wat je brein opnieuw leest als: zie je wel, er is iets mis.
Een vicieuze cirkel die zichzelf in stand houdt. Als een sneldraaiend muizenrad, totdat je besluit eruit te stappen.
Waarom praten de vicieuze cirkel niet doorbreekt
Je prefrontale cortex, het denkende, reflecterende, analyserende deel van je hersenen, heeft weinig directe toegang tot je autonome zenuwstelsel. Cognitie en lichamelijke veiligheid zijn niet hetzelfde circuit.
Je kunt iets volledig begrijpen, je kunt weten dat je moeder haar best deed, of dat je je afgewezen voelt door je vader. Je kunt je trauma doorgrond hebben tot op het bot, weten dat je NU veilig bent, en tegelijkertijd kan je zenuwstelsel bij de geringste trigger volledig activeren. Omdat het systeem dat die trigger herkent en erop reageert, niet leest wat jij denkt. Het leest wat jij voelt.
De psychiater Bessel van der Kolk liet in zijn onderzoek zien dat bij mensen met trauma de activiteit in de spraakgebieden van de hersenen tijdens een herinnering sterk terugvalt. Concreter gezegd: als iemand een traumatische herinnering ophaalt, licht het Brocagebied, het deel van je hersenen dat verantwoordelijk is voor taal en spreken, nauwelijks op. Terwijl tegelijkertijd de lichaamsgerichte en emotionele gebieden van de hersenen volop actief zijn.
Wat dat betekent, is dat een traumatische ervaring niet opgeslagen ligt als een verhaal met een begin, midden en einde. Het ligt opgeslagen als sensatie. Als lichaamsgevoel. Als een verhoging van je hartslag, een samentrekking in je keel, een plotselinge leegte in je borst, een steek in je hart, pijn in je onderrug.
Het geheugen van trauma is dus geen script. Het is een lichamelijk gevoelsarchief.
En precies daarom kan iemand een verhaal over iets verschrikkelijks zo vlot en gepolijst vertellen. Niet omdat ze erover heen zijn, maar omdat ze het verhaal hebben omgebouwd tot een script “dit heb ik allemaal meegemaakt”. Want dit kan het hoofd vasthouden en beheren.
Het script is eigenlijk een beschermingsmechanisme: zolang het verhaal in woorden zit, hoeft het lichaam het niet te voelen.
Maar het lichaam weet nog steeds wat er is gebeurd. Het heeft het nooit vergeten. En elke keer als een trigger dat archief aanraakt, reageert het lichaam alsof het opnieuw gebeurt, ook al staat het hoofd er volledig buiten en begrijpt het heel goed dat het verleden is.
Dat is de kloof. Tussen wat je weet en wat je voelt. Tussen het verhaal dat je vertelt en het lichaam dat het draagt.
Hoe ontlading dan wel werkt
Lichaamsgerichte therapie werkt omdat het het lichaam rechtstreeks aanspreekt. Het gaat voorbij de gedachten en gaat naar waar de pijn leeft.
De methode waar ik mee werk, Bodytension Release, heb ik ontwikkeld omdat geen enkele bestaande benadering alleen ver genoeg ging. Voor mij niet in ieder geval.
Bij ademwerk kwam er zoveel energie vrij die ik niet goed kon ontladen. Bij psoaswerk ontbrak een goede opbouw naar veiligheid, waardoor de ontlading nooit echt vrij kon plaatsvinden. En somatische oefeningen voelden weer te zacht, te oppervlakkig, alsof ik er met een laagje bezig was maar de diepere laag ongemoeid bleef.
En dan was er nog iets wat ik in al die situaties tegenkwam, en wat me het langst heeft beziggehouden: mijn hoofd. Ik bleef er zo sterk in actief dat ik altijd nog een omleiding kon maken. Hoofd vol gedachtes, boodschappenlijstjes, analyses en oordelen. Allemaal vluchtroutes terug naar het begrijpen. En zo bleef ik net buiten het echte gevoel, elke keer weer.
Bodytension Release combineert Body Remembers Trauma Therapy, Trauma Release Breathwork, trauma-informed somatisch werk en zacht ademwerk tot één samenhangende aanpak, opgebouwd in een volgorde die het zenuwstelsel eerst veiligheid geeft voordat het vraagt om te voelen.
En die aanpak vraagt steeds hetzelfde. Als er een gevoel omhoogkomt, iets wat een oud trauma raakt, is de neiging te vluchten. Weg van het ongemak, in je hoofd, in bezig zijn, in verdoven. Maar de therapeutische beweging is erbij blijven. Met aandacht, met begeleiding, met een zenuwstelsel dat stap voor stap leert dat het dit aankan. Dat het gevoel er mag zijn zonder dat je erdoor overgenomen wordt. Dat het ongemak verdraagbaar is. Dat het zelfs kan oplossen.
Voor ontzettend veel cognitef sterke mensen is Bodytension Release een nieuwe snelwegverbinding van hoofd naar lijf. Van denken naar voelen. Van onrust naar veiligheid.
En als die verbinding eenmaal is aangelegd verandert er meer dan je verwacht.
Je psoas ontspant. En met die ontspanning verdwijnt vaak chronische lage rugpijn, heuppijn, een gevoel van eeuwige vermoeidheid in je kern. Je ademhaling daalt, wordt dieper, en met die diepere ademhaling neemt de activatie in je sympathische zenuwstelsel af. Je hartslag normaliseert. Je slaap verbetert, omdat een lichaam dat rust herkent ook echt kan herstellen.
Je spijsvertering hervat zijn werk. Je hormoonhuishouding begint te stabiliseren. Je immuunsysteem ademt op. En je fascia kan met beweging, met hydratatie, met de vrijgekomen spanning, langzaam weer soepeler worden.
Maar meer dan dat: je reactiviteit verandert. Waar een trigger eerder tot een volledige stormreactie leidde, ontstaat er nu ruimte. Niet omdat het pijnlijke er niet meer is, maar omdat je zenuwstelsel geleerd heeft dat het er kan zijn. Dat je het aankan zonder erin te verdwijnen. En dat piepkleine moment van bewustzijn zal de lichamelijke imprint veranderen.




