Je hebt al van alles geprobeerd. Praattherapie, fysiotherapie, breathwork, yoga, meditatie, boeken, cursussen. Misschien zelfs sessies die intens, bevrijdend of transformerend zouden moeten zijn.
En toch voel je het nog steeds.
Dat gevoel van vastzitten. Niet echt vrij zijn in je eigen lichaam. De onrust. De vermoeidheid. Het slechte slapen. De vage lichamelijke klachten.
Misschien heb je jezelf zelfs afgevraagd:
Wat is er mis met mij? Waarom lukt het anderen wel? Waarom kan ik het niet gewoon loslaten?
Als je dit herkent, wil ik je iets belangrijks uitleggen. Want het probleem zit niet in jou. Het zit in de manier waarop we over trauma praten en hoe er te vaak nog mee gewerkt wordt.
Het probleem met ‘loslaten’
Trauma release, trauma loslaten…Het zijn populaire woorden. En ik begrijp wel waarom. Want ze geven hoop. Ze suggereren dat je op een dag iets zwaars uit je systeem kunt verwijderen en er daarna van bevrijd. Alsof trauma een pakketje is dat ergens in je lichaam ligt opgeslagen.
Maar zo werkt het helaas niet. En ik gebruik die woorden dan ook bijna niet meer, omdat ze verwarrend zijn. Trauma is geen afgekaderd pakketje. Het is een sterk, lichamelijk overlevingsmechanisme. Een slimme reactie van je zenuwstelsel op iets dat ooit te veel, te snel of te alleen was.
Het gaat voor je lichaam niet over de feitelijke gebeurtenis. Het gaat over de pijnlijke fysieke en emotionele sensaties die daardoor ontstonden. Die waren zo overweldigend, dat je lichaam besloot: dit wil ik nooit meer voelen.
Telkens als jouw brein een situatie signaleert die die oude pijn zou kunnen triggeren, probeert het dat met alle macht te voorkomen. Door te vechten, vluchten, pleasen of bevriezen.
Dat patroon werkt jou dus niet tegen. Het is vóór jou in het leven geroepen. Om je te beschermen.
Waarom het zo moeilijk voelt
Je zenuwstelsel heeft maar één hoofdtaak: jou veilig houden. Het wil je niet gelukkig of blij maken. Het wil je laten overleven.
Dus wanneer jij iets wilt loslaten wat ooit hielp om te overleven, ervaart je systeem dat als gevaar.
Het is alsof je je reddingsboei wilt weggooien terwijl je zenuwstelsel nog niet zeker weet of je kunt zwemmen. Dan gooit het snel nóg een reddingsboei. Of zelfs een hele reddingsboot.
Dan gebeurt vaak één van deze dingen:
Je schiet weer in stress, je voelt meer onrust, je valt terug in oude patronen, je voelt je slechter in plaats van beter, je denkt dat je gefaald hebt. Maar je hebt niet gefaald. Je systeem probeert je nog steeds te beschermen. Het doet precies waarvoor het ooit geactiveerd is.
Trauma bevriest op de leeftijd waarop je het opliep
Trauma blijft vaak hangen op de leeftijd waarop je het opgedaan hebt. Je zenuwstelsel heeft soms nog niet in de gaten dat je inmiddels volwassen bent. Dat je andere middelen hebt. Dat je prima kunt zwemmen.
Een deel van jou reageert nog als het kind, de tiener, of de jongvolwassene die het destijds moest overleven. Die boei was ooit levensreddend. Maar nu staan je voeten al lang op de bodem.
Praktisch voorbeeld: Je moeder was emotioneel niet beschikbaar. Alles draaide om haar stemming, haar behoeften. Als kind voel je feilloos aan: mijn veiligheid hangt af van hoe veilig zij is. Dus pas je je aan. Je zorgt. Je wordt makkelijk, sterk of onzichtbaar.
Maar ondertussen leert jouw systeem ook iets anders: mijn gevoelens zijn minder belangrijk. Ik moet geven om liefde te krijgen. Gezien worden moet ik verdienen.
Later neem je dat patroon mee in relaties, werk en vriendschappen. Je zorgt veel. Geeft veel. Voelt weinig ruimte voor jezelf. En raakt langzaam uitgeput. Want emotioneel voor anderen zorgen is minstens zo belastend als fysiek zorgen en vaak veel onzichtbaarder.
De mythe van de intense doorbraak
Dan wil je daar iets aan doen. En online is er een bepaald beeld ontstaan van hoe ‘echte’ heling eruitziet: mensen die bewegen, schreeuwen, trillen en huilen in een groepssessie. Intens breathwork waarbij je bijna buiten bewustzijn raakt.
Ik snap de aantrekkingskracht. Het voelt als actie. Alsof je je trauma als een demon je lichaam uitwerkt.
Maar hier is wat ik na jaren in dit werk heb gezien en wat ik zelf heb ervaren:
Een eenmalige intense ervaring is een eenmalige intense ervaring.
Niet meer, niet minder. Net als een goede HIIT-training geeft het een shot adrenaline en dopamine. Je voelt je alive. Maar daarna ga je naar huis. Je pakt je normale leven weer op. En er is niets veranderd aan de imprint van je zenuwstelsel. Geen nieuwe neurale paden. Niets aan de veiligheid in je systeem.
Ik laat dan ook zelf niet meer zomaar in mijn systeem roeren bij adem- of energetische sessies. Echt niet meer. Ik wil alleen nog werken op een manier die trauma-informed is, waarbij bedding ontstaat, waarbij veiligheid wordt opgebouwd, waarbij mijn lichaam stap voor stap leert dat het veilig is om te voelen en het door te voelen. Voel je het verschil?
Wat je lichaam echt ‘onthoudt’
We zeggen vaak: het lichaam onthoudt alles. Maar niet zoals je hoofd dat doet als een herinnering. Maar als lichamelijk reactiepatroon. Telkens als er iets gebeurt dat lijkt op wat je ooit meemaakte, reageert je systeem. Je spieren spannen aan. Je ademhaling versnelt. Je hartslag stijgt.
Je systeem wordt steeds opnieuw geactiveerd alsof het gevaar nu is. Zodat je in actie kunt komen. Je brein denkt nog steeds dat het nodig is, dat er gevaar is. Niet altijd fysiek gevaar. Maar ook emotioneel gevaar, zoals de kans op afwijzing. Op niet gezien worden. Op die oude pijn die je ooit niet kon dragen. Dus laat het je vechten, vluchten, pleasen of bevriezen. Zodat je dat nooit meer hoeft te voelen.
De weg naar herstel gaat niet over loslaten. Het gaat over je zenuwstelsel laten leren dat je het nu wel kunt voelen. Dat je die capaciteit hebt. Dat het niet zo bedreigend is als het ooit was. Dat je er niet meer tegen hoeft te vechten, het niet meer hoeft tegen te houden of allerlei capriolen hoeft uit te halen om het te ontwijken.
Het gaat over nieuwe imprinting. En daarvoor is één ding fundamenteel nodig: veiligheid.
Daarom werken we altijd in trajecten en altijd vanuit veiligheid. Met titratie (stapsgewijs doseren) en penduleren (bewegen tussen spanning en ontspanning). Met het vergroten van de window of tolerance (het bereik waarin je kunt voelen zonder overweldigd te raken). Zodat je zenuwstelsel het signaal keer op keer krijgt: het is nu veilig.
We zeggen tegen je systeem:
🧡 Ik heb geen boei nodig. Ik kan zwemmen.
🧡 Ik kan staan met mijn voeten op de bodem.
🧡 Ik kan plezier maken in het water.
Die boei was ooit nodig. Maar nu niet meer.
En daarna vanuit dat veilige gevoel zien we wat er naar de oppervlakte wil komen. Niet omdat we ernaar zoeken.
Maar omdat het systeem eindelijk ontspant en er ruimte ontstaat.
Geen enkel ander doel dan dat: veiligheid creëren in je systeem. Stap voor stap.
Trauma is dus niet iets wat je loslaat. Trauma laat jou groeien; als mens, in wie je bent, met alles wat je hebt meegemaakt.
Niet ondanks je ervaringen. Maar dankzij je ervaringen. Als deel van wie je bent geworden.
Dat begint niet met loslaten. Dat begint met veiligheid.
Wil jij ook veiligheid ervaren in je lichaam en zenuwstelsel? Laten we kennismaken. En ontdek hoe het voelt om vanuit veiligheid te werken, niet vanuit de drang om iets kwijt te raken.




